| COMPETITIE | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Zo wordt Peanutbal gespeeld
Peanutbal, een leuk en aantrekkelijk spel voor jongens en/of meisjes (dus ook gemengd) voor de leeftijd van 5 tot 7 jaar, wordt vanaf 2007 ook in Vlaanderen gestructureerd gespeeld. Het spel, dat een grote verwantschap heeft met baseball en softball, is gebaseerd op eenvoudige spelregels en heeft slechts nood aan een weinig materiaal. Het doel van peanutbal: om kinderen op zeer jonge leeftijd al kennis te laten maken met een spel in groepsverband, waarbij het accent niet op wedijver, maar op spelvreugde ligt. Bij onze Noorderburen wordt het spel al menige jaren gespeeld, en nu acht ook de Vlaamse Baseball en Softball Liga ook Vlaanderen rijp peanutbal er bij te nemen. Zonder het oorspronkelijke spel geweld aan te doen, trachten wij zo’n duidelijk mogelijke omschrijving van de regels te geven met af en toe een kleine nuance aangebracht. Het uitgangspunt blijft echter dat peanuts spelen mèt elkaar en niet tegen elkaar. Daar pupillenwedstrijden op zondagvoormiddag worden georganiseerd, wordt aangeraden de peanutdays niet tijdens deze wedstrijden te programmeren. Waarom PeanutbalDe kinderen leren met peanutbal spelenderwijs de spelregels van de baseball- en softballsport. Zij leren tevens in een vroeg stadium met andere kinderen in teamverband te spelen. De clubbestuurders krijgen door deze erg jonge leeftijd van de spelers praktisch altijd direct contact met de ouders, wat niet onbelangrijk is voor een verenigingskader. PeanutdaysVanaf dit seizoen zullen clubs, lid van VBSL en met ondersteuning van de VBSL (materiaal, gratis ter beschikking) peanutdays kunnen oprichten. Een peanutday kan een geheel aparte organisatie zijn van een volledige of halve dag, maar kan tevens opgenomen worden in het voorprogramma of nevenactiviteit bij een groter evenement. Bijvoorbeeld: tijdens (ander veld) of vòòr een internationaal tornooi, EK, gewone competitiewedstrijd(en), recreatentornooien, … Voorwaarden:- Peanuts die meermaals deelnemen aan een wedstrijd of tornooi, dienen lid te zijn van VBSL voor de verzekering. - Uitzondering! Om promotie van onze sporttak niet in de weg te staan en ook peanutbal op opendeurdagen en internationale tornooien toe te laten, mogen ook peanuts niet-lid van VBSL deelnemen. Dit onder voorwaarde dat op voorhand naam – adres – geboortedatum – geslacht doorgegeven worden aan de verantwoordelijke van de organiserende instantie. Peanuts lid van een club maar zonder VBSL-lidmaatschap zijn vanzelfsprekend géén lid van VBSL. - De organiserende club hanteert tijdens dit tornooi de reglementen door de VBSL opgesteld. De organisatie van een tornooi zal minstens 2 weken vóór aanvang doorgegeven worden aan het secretariaat van VBSL. Hoe vroeger dit wordt gedaan, hoe meer bekendheid er kan worden gegeven aan de organisatie. Het speelveldDe tekening geeft de situatie aan bij de spelregels voor peanutbal. Bij peanutbal is de afstand tussen de basen binnen de marge van 15m tot 18m30 en de veilige afstand 10 meter. Als beide peanutbalbegeleiders vinden dat een tussenliggende afstand i.v.m. veiligheid en/of spelvreugde beter is dan kan hiervan afgeweken worden.
Afstand veiligheidslijn: 15m Het spelverloopTwee partijen spelen met elkaar. Eén partij staat in het speelveld en de andere partij is aan slag. In een inning komen beide partijen één keer aan slag. Van één partij slaat iedere speler op zijn beurt de bal van het statief het veld in en probeert een punt te scoren door achtereenvolgens de 1ste, 2de, 3de base en de thuisplaat aan te raken. Spelmateriaal- Het veld moet voorzien zijn van duidelijke belijning!
-
3 basen (38 x 38 cm en 7.5
tot 12.5 cm dik), waar geen losse basen beschikbaar zijn
kunnen ook dunne rubber basen met antislip gebruikt
worden. - 1 thuisplaat (vijfhoek met twee zijden van 22 cm, twee zijden van 31 cm en één zijde van 43 cm). De basen en de thuisplaat dienen met pennen verdekt in de grond te zijn vastgezet. Bij gebruik van rubber basen is dit niet nodig, want deze zijn uitgerust met een antislip-profiel. - Het gebruik van een extra thuisplaat (als “slagplaat”) in een afwijkende kleur, als hulpmiddel bij het slaan wordt toegestaan en zelfs aangeraden. - Bij het slaan wordt gebruik gemaakt van een verstelbaar statief met zware onderplaat. Bij het gebruik van een metalen statief dient het rubber minimaal 15 centimeter lang te zijn. - De bal is een zgn. soft-touch bal die zo licht mogelijk is. Bij voorkeur een gewicht van 115 gram. Er zijn ook soft-touchballen van officieel gewicht (145 gram). - Elke velder moet een handschoen gebruiken. - De keuze van bat is vrij, deze kan o.a. van hout of een metaallegering zijn. - N.B. Metalen bats hebben het nadeel dat ze beschadigen als je ermee tegen een ijzeren statief slaat Persoonlijke outfit- Elke speler moet tijdens het spel een goede baseballhandschoen gebruiken. Als deze niet in bezit is dan zijn er vaak bij de vereniging een aantal leenhandschoenen die gebruikt kunnen worden. (Of de organiserende club kan deze op voorhand aanvragen in bruikleen bij VBSL.) - Voor optimale bewegingsvrijheid is de noodzaak dat de spelers een sportieve outfit dragen. Bij voorkeur een baseballtenue van de vereniging, maar dat is geen must. Bij veel verenigingen zijn er alternatieve (goedkopere) tenues/t-shirts voor de peanuts beschikbaar. Algemene spelregels- Bij officiële wedstrijden mogen er maximum 12 spelers in het veld opgesteld worden.
-
De teambegeleider maakt een
slagvolgorde en een veldopstelling - Wanneer van de slagpartij de laatste slagman geslagen heeft en het spel is stopgezet (zie stopzetten van het spel) wordt er gewisseld.
-
Bij elke volgende inning
wordt in omgekeerde volgorde geslagen (de laatste
slagman van de vorige inning begint met slaan). Slaan algemeenElke speler mag een onbeperkt aantal pogingen doen om de bal te slaan. Wanneer is de bal goed geslagen?- Als de bal blijft liggen op of tussen de foutlijnen of daar wordt aangeraakt door een veldspeler. - Als de bal tussen de eerste en derde base doorgaat en de bal voor het eerst de grond raakt op of binnen de foutlijnen. P.S.: basen horen bij goed gebied. Opmerking: Als tijdens het slaan zoals hierboven omschreven, het statief omvalt als gevolg van een goede slag gaat het spel gewoon door. Wanneer is de bal fout geslagen- Als de bal direct buiten de foutlijnen is geslagen. - Als de bal blijft liggen binnen een straal van 3 meter van de thuisplaat (halfgeraakte bal dus). - Als tijdens het slaan alleen het statief wordt geraakt (en evt. omvalt). Dit moet worden gezien als een misslag. N.B. Wanneer een foutgeslagen bal gevangen wordt, is de slagman uit (de bal mag gevangen worden tot de 7 meter stippellijn, zie onder speelveld). Het spel is dan dood. Baselopen algemeen- Er mag slechts één loper op een base staan. Als het spel dood is en er staan meerdere baselopers op een base dan verwijst de spelleider naar de reglementair te bezetten basen. - Wanneer een slagman baseloper wordt, verliest de loper die de eerste base bezet het recht op die base en moet naar de 2de base (een zgn. “gedwongen loop”). Dit geldt ook voor lopers op de 2de (bij 1ste + 2de base bezet) en 3de base (bij 1ste + 2de + 3de base bezet). - Een baseloper mag de base waar hij recht op heeft, pas verlaten wanneer de slagman de bal raakt. - Wanneer een baseloper zijn base verlaat vòòr dat de slagman de bal raakt, wordt deze er op attent gemaakt door de coach dat hij zijn /haar base niet te vroeg mag verlaten. (het spel gaat dan gewoon door). - De loper mag niet van zijn baan afwijken om te voorkomen dat hij uitgetikt zal worden. De loper zal dan in zo’n geval, ook indien hij niet getikt is, onmiddellijk worden uitgegeven. - Wanneer de bal door een wilde aangooi over de eerste of derde base of over de thuisplaat het speelveld verlaat (dus over de 7 meter stippellijn, zie onder speelveld of over de afzetting van het veld) heeft de baseloper recht op de volgende base. Deze regel geldt niet bij de laatste slagman! - Als er, nadat het spel is stilgelegd, meerdere baselopers op één base zijn moet de achterste loper terugkeren naar de voorgaande base. Dit kan uiteraard niet in een gedwongen loopsituatie. In dat geval wordt de voorste loper de volgende base toegewezen. - Het maken van een sliding is niet toegestaan. - Wanneer de laatste batter wordt uitgespeeld, wordt het spel stopgezet. Verdediging algemeenOpstelling
-
Alle veldspelers staan op
veilige afstand van de thuisplaat binnen de foutlijnen.
Bij een base-afstand van 18 meter is deze afstand 15
meter. - De catcher staat tegenover de slagman op 2 meter afstand van het statief, zodra de bal geslagen is gaat de catcher in principe bij de thuisplaat staan. - Nadat de catcher het spel heeft stopgezet (zie “stopzetten van het spel”), legt hij de bal op het statief. - Na iedere inning dienen de spelers, gewisseld te worden in functie van hun veldpositie. De spelers in de outfield worden dan infieldspelers en de spelers die eerst infield stonden gaan in de outfield staan. N.B. Door de “goed spelende” spelers te wisselen krijgen ook de “minder goed” spelenden de gelegenheid zich te ontwikkelen. Uitmaken- Vangen van een goed of fout geslagen bal binnen het speelveld. Bij een vangbal is de slagman uit en moeten de lopers terug naar de base waar ze op stonden toen de bal geslagen werd. - Wanneer een speler van de veldpartij, in het bezit van de bal na een goed geslagen bal, de 1ste base eerder aanraakt dan de slagman die baseloper is geworden (gedwongen loopsituatie). N.B. Wanneer de slagman baseloper wordt en de 1ste base of 1ste en 2de base, of 1ste , 2de en 3de base bezet zijn, dan verliezen de baselopers het recht op hun base en kunnen ze worden uitgemaakt op hun base zoals op de eerste base gebeurt. N.B. Wanneer een baseloper een base mist en een veldspeler raakt deze base, met de bal in bezit, dan moet de baseloper door de spelleider worden uitgegeven als de spelleider dit zelf ook heeft geconstateerd. De spelleider mag de verdedigende partij niet wijzen op het feit dat een baseloper een base gemist heeft. Stopzetten van het spel- Wanneer de veldpartij niemand meer kan uitmaken moet de catcher of een andere speler van de veldpartij met de bal in bezit de thuisplaat aanraken. Het spel is stopgezet en alle lopers moeten terug gaan naar de base waar zij recht op hebben. - Wanneer de slagman/baseloper de eerste base nog niet heeft bereikt terwijl de catcher het spel stopzet, mag de baseloper doorlopen naar de eerste base, want hij is niet uitgemaakt (vangen of tikken). - Wanneer de laatste slagman wordt uitgemaakt. - Wanneer alle basen bezet zijn en de catcher zet het spel stop zet op de thuisplaat voordat de loper van de derde base de thuisplaat heeft bereikt, dan moet deze loper worden uitgegeven en telt het punt niet (zie gedwongen loopsituatie). - Spelleiders, coaches, ouders, spelers en alle aanwezigen dienen zich hoffelijk te gedragen. Brutaliteit in woord en spel is verboden. In elke omstandigheid wordt wederzijds vriendschappelijk en correct gedrag verwacht. Laatste slagman- De teambegeleider en de spelleider moeten duidelijk aangeven wanneer het de laatste slagman is. - De veldpartij tracht zo snel mogelijk het spel stop te zetten. - Als men het spel stillegt bij een vangbal vloeit hieruit voort dat er niet meer kan gescoord worden (zie uitmaken 1ste punt) - Wanneer de laatste slagman wordt uitgespeeld wordt het spel stilgelegd, en kan er niet meer gescoord worden. AlgemeenVeiligheid- Zachte bal (type Soft Touchbal, met een gewicht bij voorkeur- ± 105 gram). - Catcher tegenover de slagman op 2 meter afstand (nooit erachter i.v.m. wegwerpen van de bat). - Spelleider op 2 meter achter het statief. - Slagpartij op 7 meter van de foutlijn min halverwege de afstand thuisplaat – 1ste base in verband met het eventueel weggooien van de bat door de slagman. - Alleen de eerstvolgende slagman mag een bat pakken om in te zwaaien. - Een teambegeleider blijft vlak bij de slagpartij die zit te wachten. - Geen schoeisel met ijzerbeslag. - Geen foutlijnen uitleggen met linten (i.v.m. struikelen). - Veldpartij blijft op 15 meter (veiligheidslijn) van de thuisplaat totdat de bal geslagen wordt. Team begeleider(s)- Wanneer een ploeg over een teambegeleider beschikt zal deze erop moeten toezien, dat de spelers naast elkaar in de slagvolgorde op een bank op veilige afstand (+ 7 meter) van het speelveld zitten. - Coaches op de thuisplaat, 1ste,2 de en 3de base om peanuts te begeleiden, mogen de kinderen geen ‘duwtje’ geven of ‘vasthouden’ - Bij de verdedigende partij mag maximaal 1 coach mee in het veld staan om de kinderen mondeling te begeleiden (zeker wanneer men met hele kleine peanuts speelt) Brullen of hard roepen zal aanzien worden als een brutaliteit. - Hij zorgt, meestal samen met de aanvoerder, voor een slagvolgorde en een veldopstelling. - Hij houdt de score bij. Dat zou bijvoorbeeld op een puntenblad kunnen gebeuren (zie onder een voorbeeld van een puntenblad). - Als een peanut aan slag komt, wordt een cirkel achter zijn naam geplaatst. - Als een peanut een punt scoort, plaatst men in die cirkel een punt. - Als een peanut géén punt scoort, plaatst men in die cirkel een kruis. Voorbeeld van een puntenblad:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||